04-10-07

Column - maart 2007 De vergane goden van Anderlecht

Royal Sporting Club Anderlecht is een Instituut dat soms onhandig afscheid neemt van zijn vedetten. Juan Lozano verdween stilletjes langs de achterdeur na een aanslag van de beenhouwer uit Waregem, Ivan Desloover. Dubbele beenbreuk. Hij werd een paar maanden later fluweelzacht naar Eendracht Aalst verbannen. Robbie Rensenbrink, waarschijnlijk de grootste van het Astridpark, rilde van de kou toen hij eenzaam onderuit zakte in de oncomfortabele plastic zitjes van de nationale luchthaven. De avond voordien, een zaterdag, had hij zijn laatste wedstrijd voor paars-wit gespeeld tegen Beerschot (2-2). De supporters huldigden hem voor de wedstrijd met een bos bloemen, dankbaar voor negen jaar absolute klasse en talloze – waarschijnlijk lang vervlogen – triomfen.

Bloemen? Een afscheidswedstrijd en een standbeeld, of toch minstens een straatnaam, Rue Rensenbrinkstraat – 1070 Anderlecht, ware stijlvoller geweest. Na de wedstrijd gaf elke speler zich over aan het gebruikelijke ritueel. Ook in de bus naar Brussel werd met geen woord gerept over het afscheid. De elegantste Anderlechtspeler aller tijden duwde, nog geen etmaal later, verstrooid zijn karretje naar de gate. Robbie ging voetballen voor The Portland Blazers (VS). Belachelijk, alsof het Atomium naar Halmstad zou verhuizen.

Plots verscherpt zijn blik, een glimlach. Fernand Beeckman, wijlen de legendarische verzorger met de walrussnor, stond achter hem om Pieter Robert Rensenbrink van de Jordaan veel succes te wensen. De enige vertegenwoordiger van de grootmacht die het nodig had geacht Robbie te groeten.

Sommigen verdwijnen graag geruisloos. Mislukte transfers. Het gebeurt in de beste voetbalhuishoudens. Arsenal FC had in 1938 14.000 pond – ongeveer 20.000 euro, een hele som in die tijd – betaald voor Bryn Jones, een aanvallend talent uit Wales. Tot in The House of Commons, het Britse parlement, werden vragen gesteld over zoveel waanzin. Na een erg flauw voetbaljaar vluchtte Jones in stilte naar Cardiff. Mede ‘dankzij’ de invasie van Hitler in Polen.

RSC Anderlecht ontsnapt ook niet aan de wetmatigheid. Herinnert u zich (onder meer) Koncilia, Swinnen, Terlecki, Villalba, McKenzie, Brocken en Van Loen? Na het rampseizoen 1998-1999 mocht Anderlecht zich niet vergissen. Een Duitser, jawel (Neumann), was zeer tegen de zin van erevoorzitter Constant Vanden Stock als trainer aan het rotjaar begonnen. Na een paar weken lag hij eruit. Constant heeft altijd gelijk. Dockx en Vercauteren namen het over, zetten – RSCA stond op een bepaald ogenblik laatste – een legendarische remonte in en werden alsnog derde. Op het einde van het annus horribilis werd de ploeg vernieuwd. Bij gebrek aan ijzervreters werden Besnik Hasi en Yves Vanderhaeghe naar de Théo Verbeecklaan gehaald. Het daaropvolgende seizoen werd RSC Anderlecht voor de 25ste keer kampioen van België. Nog geen jaar later bereikte paars-wit als eerste en enige Belgische club ooit de tweede ronde van de Champions League. De verdienstelijke Hasi verdween enkele jaren geleden naar Lokeren.

Yves Vanderhaeghe speelde zeven jaar voor Anderlecht, werd vier keer kampioen en verzamelde 49 selecties voor de Rode Duivels. Deze winter keerde hij terug naar zijn eerste liefde, KSV Roeselare. Hij werd getrakteerd op een ereronde en een fles wijn. Yves is een Sporting boy.

Noel

14:17 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.