31-03-08

Column februari 2008 "De Leeuw moet naar Brussel komen"

Tweede ronde Uefa Cup, seizoen ’83-’84. RSC Anderlecht moet naar de mijnstad Ostrava, de derde grootste stad in het toenmalige Tsjechoslowakije. Een stad met een grote sportgeschiedenis. Tenniskampioen Ivan Lendl en Milan-speler Marek Jankulovski zijn in de grauwe industriestad geboren. Tomás Repka, Milan Baroš en Tomás Galásek hebben er voor hun grote internationale doorbraak gevoetbald. FC Baník Ostrava is een vaste waarde van de Tsjechische competitie. Vier keer kampioen, vijf nationale bekers en een halve finale in de Europabekers voor Bekerwinnaars in 1978.

De Europabeker-traditie wil dat de ontvangende club een galadiner organiseert. Constant Vanden Stock en het voltallige Anderlecht-gevolg worden hartelijk ontvangen in een select restaurant. Na de gebruikelijke plichtplegingen nemen de delegaties plaats aan de grote tafel. Voorzitter Vanden Stock zit naast zijn Tsjechische evenknie. Een gezellig, maar wel erg warm open haardvuur verwarmt de ruimte. De voorzitter van Baník is kwistig met sterke drank. Hij schenkt voortdurend bij. Constant Vanden Stock begrijpt al snel dat hij uitgedaagd wordt. De baas van Baník wil de voorzitter onder tafel drinken. Vanden Stock ondergaat waardig het onuitgesproken duel. De haard brandt hevig in hun rug.

Na een paar uur slaat het noodlot toe. De Tsjech wankelt, hij slaat groen uit en is misselijk. De gezellige avond wordt abrupt afgesloten. Bij het buitengaan kan Vanden Stock een glimlach niet onderdrukken. Tegen een van de paars-witte getrouwen zegt hij: “’k Èm em goe vastgehad, daan Pei.” De Tsjech hebben ze niet meer gezien.

In dezelfde periode breekt de affaire-Bellemans uit. Standard blijkt er een dubbele boekhouding op na te houden. Een deel van het ‘zwart’ geld wordt gebruikt om Waterschei een ‘aanmoedigingspremie’ te betalen. Omkoping. De veroordelingen volgen. Eric Ge­rets, inmiddels bij AC milan, wordt in België geschorst en in één moeite door ontslagen bij de rossoneri, de rood-zwarten. Vanden Stock vangt een angstwekkend gerucht op. Eric Gerets zou met Club Brugge ‘praten’. “Dat kan niet zijn,” denkt Vanden Stock; “de Leeuw moet naar Brussel komen.”

Hij stuurt, in het grootste geheim, een trouwe gezant naar Milaan om met Gerets te praten. Gerets heeft, tegen alle afspraken in, de Nederlandse zaakwaarnemer Ger Lagendijk uitgenodigd. De Brusselse verkenner schrikt zich een hoedje. Lagendijk moet de kamer onmiddellijk verlaten. Gerets en Anderlecht zijn er snel uit. Hij wil komen, de salarisvoorwaarden zijn zelfs niet overdreven.

Thuisgekomen brengt de trouwe dienaar verslag uit bij de voorzitter. De President twijfelt. De weken gaan voorbij, Eric Gerets belt regelmatig. Hij popelt. Inmiddels neemt de affaire grote proporties aan in België. Eric Gerets kiest uiteindelijk voor de bescheiden Nederlandse club Maastricht VV. De gezant vraagt aan Constant Vanden Stock of hij nog een efforke moet doen voor Gerets. “Lot mo, aa goet nie no Brugge.” Constant Vanden Stock is een man uit één stuk.

11:38 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.