21-08-08

Column - Augustus 2008 "De sierlijkste speler van RSC Anderlecht ooit"

 

Ik hou van Oostende: Brussel in het klein. Telkens als ik de rotonde oprij, moet ik aan Laurent Verbiest denken. Hij verloor er op 26-jarige leeftijd zijn begenadigde leven. Auto-ongeluk. Verbiest is, volgens de overlevering, de sierlijkste achterspeler van RSC Anderlecht ooit.

‘Lorenzo’ was het prototype van de Sinibaldi-speler. Technische lefgozer. Volgens Albert Roossens, destijds zijn voorzitter, speelde de Oostendenaar zoals Beckenbauer. Hij zou Alberto Di Stefano ooit zoek gespeeld hebben. Generatiegenoot Richard ‘De Hazewind’ Orlans bevestigt zoveel lof. Orlans vervoegde RSC Anderlecht op de gezegende leeftijd van 31 jaar. De rasechte Gentenaar belandde bij Anderlecht omdat hij jaren voordien een van de beste gastspelers van paars-wit was. In juni 1956 vergezelde hij Sporting als ARA La Gantoise-speler op een 22-daagse voetbaltrip. Paars-wit speelde gastwedstrijden in Helsinki, Lenin­grad, Moskou, Kiev en Boekarest, om via Boedapest en Praag terug te keren. In volle Koude Oorlog. Orlans was in de vorm van zijn leven, maar keerde na de exhibitiewedstrijden braafjes naar de Gentse stal terug. Vijf jaar later zou het wel lukken. En hoe. In een volgepakt Heizelstadion (64.694 toeschouwers) schakelde paars-wit, met Orlans, eerst de Europese grootmacht Real Madrid uit, daarna CDNA Sofia, om na de winterstop uitgeschakeld te worden tegen Dundee United.

Toch zijn de jaren 1960 synoniem voor de bevestiging van de ziel van paars-wit: dwingend, technisch en aanvallend voetbal. Frans voetbal, het voetbal van Pierre Sinibaldi. De Corsicaan, destijds trainer van de Luxemburgse nationale elftallen, werd aanbevolen door Albert Batteux, de coach van Stade Reims en de Franse natio­nale ploeg. Sinibaldi zou zes jaar lang zijn stempel op de club drukken. De methode was eenvoudig: talent zo jong mogelijk aanwerven en polijsten naar de huisstijl door een leger begaafde trainers, meestal ex-internationals. Paul Van Himst is het prototype van de Anderlechtse jeugdschool. Van Himst bood zichzelf aan, anderen werden tot ver buiten Brussel opgespoord. Onder hen de Oostendenaars Wilfried Puis en Laurent Verbiest, zonen van de zee.

De Gentenaar Orlans was de trotse bezitter van een eigen wagen, een antracietkleurige Mercedes 180. Roossens had die voor een goed prijsje kunnen regelen. Hoewel de Anderlechtspelers destijds al goed betaald werden vergeleken met andere eersteklasseclubs, kregen Puis en Verbiest een eersteklasse treinabonnement. De gewiekste straatjongens kochten een tweedeklasse abonnement, staken het verschil op zak, spoorden naar Gent en reden met Orlans naar Brussel. Na enkele maanden vroeg Orlans het duo een bijdrage te leveren aan de benzinekosten. Puis betaalde onmiddellijk. Verbiest deed alsof zijn neus bloedde. Orlans herhaalde zijn vraag nog een keer met de dreiging dat Verbiest in zijn eentje thuis moest zien te geraken. Zo gezegd, zo gedaan. Na de training reed Orlans zonder omkijken weg, met de bedremmelde Puis naast hem. Verbiest trok zich er niets van aan en nam de trein naar Oostende, zonder couponnetje. Hij werd gepakt.

Richard Orlans moet er nog steeds om glimlachen. “Verbiest was wereldklasse. Een brutaaltje,” vertrouwt hij me toe. “Een lieve jongen, misschien een van de beste met wie ik ooit gespeeld heb. Toen ik vernam dat hij verongelukt was, was ik er kapot van. Zo jong. Wat een carrière zou hij niet gehad hebben?”
Vincent Kompany zou nog het meest op Verbiest lijken. Jammer dat hij op 2 februari 1966 de trein niet nam.

 

16:19 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.