21-08-08

Column - Juli 2007 "De kwijlende vrouwen van Anderlecht "

 

 “Ik voetbalde voor het mooie shirt van Anderlecht. Het prachtige mauve. En voor mijnheer Constant Vanden Stock en mijnheer Steppé. Nooit voor het geld, en dat wil wat zeggen: ik ben Nederlander. Het allermooiste aan Royal Sporting Club Anderlecht waren de vrouwen langs de lijn. De kwijlende vrouwen van Anderlecht wilden altijd met die snelle midvoor naar bed.”

De woorden van Jan Mulder op de groots opgezette viering ter gelegenheid van het eeuwfeest van Sporting beroeren een duizendtal genodigden. Robbie Rensenbrink en Paul Van Himst zijn er ook. Net als Marc Degryse, Patrick Vervoort en Jef Jurion. Iconen van een volk van verschillende generaties. De stijlvolle show en het onvergetelijke maal, klaargemaakt door de grootmeester Pierre Wynants, vervullen het gezelschap met intens genoegen. De vips zijn talrijk. Van Goedele Liekens over Gui Polspoel tot de volledige cast van FC De Kam­pioenen. Feesten is toegelaten. Volkse chic hoort bij RSC Anderlecht. Ik beland in een polonaise tussen minister Guy Vanhengel en voormalig politiek zwaargewicht Jos Chabert. Eric Thomas blijft zitten. Consensus is een Brusselse deugd. Enkele dagen later bereiken de U11 van RSC Anderlecht, de jongetjes van 1997, de halve finale van het prestigieuze Torneo del Futuro in Amsterdam. De leeftijdgenootjes van Inter Milaan, Bayern München, Bayer Leverkusen worden fluweelzacht opzijgezet met een nagenoeg perfecte balans tussen inzet en techniek. Tegen Ajax wordt de achterstand krachtig goedgemaakt. Hoofd Opleidingen Jean Kindermans staat discreet langs de lijn. Helemaal naar Amsterdam afgezakt om de prille Brusselse hoop te aanschouwen.
Ik mag, samen met idool Henk Spaan, het beste spelertje van het toernooi kiezen. Hij beslist. Artiesten als Spaan bepalen grotendeels mijn liefde voor voetbal. Ze beheersen de edele kunst van de hertaling van de beleving. Briljante teksten in het literaire voetbaltijdschrift Hard gras, de tv-programma’s Pisa, Verona, Nieuwe koeien en Studio Spaan worden
gekoesterd. Spaan is slim, lief, keurig, volmaakt voetbaldeskun­dig en zeer taalvaardig. Verwondering en bewondering beheersen de dag.

We vallen gelukkig voor dezelfde spelertjes. Kleine, bepalende kwikzilveren kunstenaartjes met lef. De 7 van Leverkusen met de welklinkende Italiaanse naam. Het mini-Boussoufaatje van Ajax. De spelmaker van Internazionale dichten we liefdevol een grote toekomst toe.
Spaan is helemaal gek van de 11 van paars-wit. Een speelse linksbuiten met Braziliaanse roots. De term (en de positie) ‘linksbuiten’ is waarschijnlijk door een Nederlander uitgevonden: Robbie Rensenbrink, Coen Moulijn, Rob Witschge en Arjen Robben.
De dag nadien spoed ik me met gezin en vrienden naar Brussel voor de bekerfinale. De geluidsinstallatie laat het afweten, het volkslied gaat half de mist in, Olufade verschijnt op het scorebord met een halve -e-. De ‘Heysel’ is nooit het Koning Boudewijnstadion geworden. Het is krom en zal het blijven, de vervelende atletiekpiste wordt gelukkig weggezongen door Buffalo’s en Sporting Boys and Girls. Het hakje van Boussoufa en de balbeheersing van Fadiga maken de middag onvergetelijk.

Het prachtige mauve van RSCA kleurt de straten, van de kwijlende vrouwen is geen spoor. De snelle midvoor is al naar huis.

16:10 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.