14-02-08

Column Januarie 2008: Politiek voetbal en macht

De band tussen Jean-Luc Dehaene en Club Brugge is vanzelfsprekend en oprecht. Bourgondisch en provinciaals. Genieten van oeverloos gewroet in de modder, het lof der inzet, de ode aan oerkracht. Stedelijke klasse en branie worden verafschuwd. De loodgieter van Vilvoorde zit ook met hart en ziel op de tribune tegen Dessel Sport, tweede ronde van de beker. Patrick Janssens is een Kielse Rat. Hij houdt met aandoenlijke overgave van zijn club. Een keer ontspoorde de burgemeester van Antwerpen. Hij gaf een aftrap voor een wedstrijd van zijn grote liefde, Beerschot. Een kapitale blunder. De meest humoristische harde kern van het land begroette hem meteen met een oorverdovend: “Ratten stemmen rechts, olé olé.” Supporters willen geen politici zien op een voetbalveld. Hun gras is heilig. Het behoort exclusief hun helden, de spelers toe. Bij Barcelona of Inter Milaan heb ik nooit ofte nimmer een politicus de heilige grond zien betreden, tenzij als onderdeel van een ceremonie. In echte voetballanden zitten politici bedeesd en nederig in het stadion, al dan niet op de eretribune.

Bert Anciaux, minister van Cultuur, Sport, Jeugd en Brussel, is weleens te zien naast Johan Vermeersch, de voorzitter van FC Brussels. Uitsluitend tijdens topwedstrijden, als tientallen camera’s draaien. De Brussels Boys, de harde kern, hebben één keer de eer gehad hem in hun midden te ontvangen. Uit, bij kartelgenoot Janssens, op Beerschot. De aanwezigheid van een cameraploeg van het FC Brussels-magazine Studs zal wel toeval geweest zijn. Aan de andere zijde van Vermeersch zit soms Philippe Moureaux, burgemeester van Molenbeek. Intrigerend beeld. Zouden zij, ontmaagd van status, ook een seizoenskaart hebben? Sta me toe hardop te twijfelen.
De Brusselse minister-president Charles Picqué is ook burgemeester van Sint-Gillis. Of hij van voetbal houdt, is niet bekend, maar zo nu en dan bezoekt hij het Dudenpark. Onopvallend. Picqué misbruikt Union niet. Hij helpt zijn club, in alle stilte, vanuit zijn kabinet. Zijn collega Guy Vanhengel had, als minister en lang daarvoor, een gewoon, anoniem abonnement op RSC Anderlecht. Totdat hij, door zijn status, op de eretribune verzeilde onder druk van de omgeving en Michel Verschueren. Oprecht. En wat van
Étienne Davignon burggraaf, diplomaat, politicus, topman en bovendien RSCA bestuurslid van de club. Davignon is mischien wel een van de machtigste personen op de Belgiche velden Prominent aanwezig in het Astridpark.

Tony Blair, eerste minister van Groot-Brittannië en wereldleider, huldigde dezelfde houding. Blair gebruikte de mooiste sport ter wereld hoogstzelden als communicatiemiddel. Tony was slim. Herman Van Rompuy zit elke week op Anderlecht. Anoniem en discreet.
Net als de burgemeester van Anderlecht. Hij was present bij elke thuiswedstrijd van RSCA, meestal met zijn zoon. De eloquentste persoonlijkheid van de Brusselse politiek beleefde de wedstrijden zoals wij, gewone stervelingen. Monsieur Jacques Simonet is een Sportingboy, voor altijd.

11:36 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-12-07

Column december 2007: "niet eens zo lang geleden"

ANDERLECHT A PARIS (verschenen in De Morgen van 31 Augustus 2007)   De allereerste finale, verloren van Arsenal, (1971) is aan mij voorbijgegaan.De andere internationale triomfen heb ik bewust mogen meemaken, samen met duizenden gelijkgestemden. Anderlecht, de top van Europa. Het is niet eens zo lang geleden. Wie dertig plus is, het voetbalspel liefheeft, voor of tegen RSCA is, weet en erkent het. Anderlecht heeft een beter palmares dan pakweg Chelsea. Constant Vanden Stock als stijlvolle Belgische versie van Roman Abrahamovic van de vorige eeuw. Ik was tien in 1976 toen Swatje Vanderelst – Mister Europe -  het West Ham van Frank Lampard senior wegtikte in het Heizelstadion. De eerste Europese titel van mijn geliefd RSCA en de eerste overzeese hooligans in Brussel. De eerste internationale prijs van een Belgische club. Een jaar later, bittere tranen, roemloze ondergang tegen Hamburger SV. De verdomde Felix Magath en Kevin Keegan. De daaropvolgende finale, 1978, was de mooiste.  Robbie Rensenbrink en Gilles Van Binst vernederden de Pruisen uit Wenen, Austria, in het Parc Des Princes, heropgebouwd na baldadigheden van tuig uit Leeds het jaar voordien. Parijs ‘78 staat op mijn shortlist van mooiste en meest intense Sporting herinneringen. Ik zat gekluisterd achter ons wit/zwart tv kast ,zwaaiend met vlag en wimpel, extatisch opgewonden. De dag nadien kon onze anders zo strenge schooljuf haar blijheid niet verbergen. De dagen voor de wonderlijke finale dag vochten we om Rensenbrink te “zijn” op de speelplaats van de lagere school te Heers.  “Anderlecht à Paris, le plus beau jour de ma vie” (op de tonen van een levenslied van Edith Piaf) werd tot in Parijs gezongen. Een wekenlange roes. Drie Europa Cup finales op rij. Intussen haalde Anderlecht nog wat Supercups binnen, tegen Liverpool – dat Brugge geklopt had - en Bayern München. De jaren zeventig, toen Anderlecht op woensdagnamiddag, wegens géén verlichting, in het Oostblok moest voetballen tegen exotische traditieclubs als Carl Zeiss Jena en Steaua Bucarest, de club van vader Stoica en Lacatus. Alléén, getooid met mijn sjerp, in de living in het ouderlijke huis in Heers naar Sporting-ver-van-huis kijken en hopen. De seventies, Europees voetbal zonder shirt reclame. De serie finales werd in de jaren tachtig opgevolgd door nieuwe. De UEFA Cup tegen Benfica (1983) of de glans van Juan Lozano en het opportunisme van Kenneth Brylle voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik hoop dat ik nooit aan Alzheimer zal leiden. Tottenham Hotspur 1984 was pijnlijk. Ik zal, ondanks het leed, het hem nooit kwalijk nemen. De gemiste strafschop van Arnor Gudjohnsson. Anderlecht schakelde onder De Mos Barcelona uit, getraind door die andere betweter Johan Cruijff om te eindigen met een ietwat vergeten en verloren finale in Göteborg tegen Sampdoria Genoa. Het tijdperk van Vialli en Mancini, Versavel, Degryse, De Wilde en Emmers. Sporting en Europa, a match made in heaven. Het Internationale debuut van de piepjonge Luc Nilis, in het Olympia stadion. Het fluwelen doelpunt van Vincenzo Scifo tegen Nottingham Forest. Van die ref en die lening weet ik niets meer. RSC Anderlecht, assertief, stijlvol en hoofdtsedelijk. De introductie van de Champions League waar RSCA van in het begin bij mocht zijn. Méér dan deelnemen en enkele uitschieters zat er niet in. De bal tegen de lat van Johan Walem, thuis tegen AC Milan. De zegetocht in 2001, nog steeds als enige club de tweede ronde bereikt van het kampioenenbal. Shmeichel en Beckham met schaamrood terug Manchester gestuurd, Youla, de huurling van Lokeren, en zijn beslissend doelpunt in Eindhoven. Het doelpunt van Thomas Radzinski tegen Lazio Roma. Leeds United bleek te sterk voor paarswit in de historische tweede ronde, een geniale Alin Stoica ten spijt. Leeds is bankroet en speelt vandaag in de Engelse derde klasse. Het leed van Europees voetbal. Zoals de uitschakeling thuis, tegen KV Mechelen. De nietige Hongaren van Ferencvaros luidden de zwanenzang in van trainer Herbert Neumann, de rare Duitser. Het 6-1 verlies in Bernabeu. De rots van Dinant, Jacky Munaron, beweert vandaag nog steeds dat het volledige elftal vergiftigd werd door de Spaanse koks. De heenwedstrijd, thuis in het, toen nog, Emile Versé stadion eindigde op 3-1. Michel, Stieleke en Butragueno in Brussel weggespeeld. De recente nul op achttien is een schande maar géén trauma. Twee dagen na Fenerbahçe kan ik er nog steeds niet bij. Géén Champions League, het seizoen dat de koninklijke uit Brussel honderd jaar bestaat. Fenerbahçe. Wat heeft dat ooit gewonnen? Het meest ergerlijke is de budgetten vergelijking. Moeten we huiveren van grotere budgetten? Het houdt géén steek. Het slijt al. Ajax ligt er ook uit en Juventus speelde vorig jaar in de Serie B. Overwinteren in de UEFA cup en kampioen spelen. Het kan nog als we maar met zijn allen in blok achter onze mannen staan. RSCA moet in stijl haar tweede eeuw in.  

14:33 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-11-07

Column - november 2007 "Het is nu aan jou Ariël"

Na het ontslag van Frank Vercauteren is het nu aan Ariël Jacobs om Anderlecht op het juiste spoor te trekken. Een vreugdekreet was er bij Ariël niet bij ,en hellemaal ongelijk hierom kunnen wij hem niet geven. Want het draait niet bij Anderlecht. Daar is iedereen het nu toch wel over eens. Vooral omdat veel dragende spelers niet in vorm zijn. Omdat Boussoufa geblesseerd is. Maar ook omdat ze bij paars-wit een rampzalig slecht transferbeleid hebben gevoerd. Iemand al gehoord van Triguinho?  En Jan Polak is misschien geen slechte speler, maar zeker ook niet de man die de boel zal rechttrekken. Bovendien is de verstandhouding met Biglia en Hassan niet optimaal. En dat waren twee sterkhouders van Anderlecht vorig seizoen. Tchité verkopen voor veel geld was misschien een unieke kans, maar het betekent ook zeker een stevige aderlating voor de Brusselaars. Zeker nu de ingehaalde vervanger Théréau een maat voor niets was, tenzij Jacobs de Fransman op de rails zou krijgen. Moet Anderlecht dan maar weer de portemonnee boven halen tijdens de winterstop?

Misschien zou het niet slecht zijn om ook eens in de eigen (jeugd)rangen te kijken. Haal de uitgeleende linkermiddenvelder Roland Lamah terug van Roda JC. Hij kan een man uitschakelen, is gemotiveerd en past bij Anderlecht. Want hoeveel diensten Bart Goor Anderlecht al geleverd heeft in het verleden, hij heeft zijn beste tijd gehad.

Ook de jonge Vadis Odjidja Ofoe verdient zijn kans in de verdediging die niet altijd even secuur uitverdedigt. De jongen doet de mensen dromen van Vincent Kompany en wordt zelfs al gevolgd vanuit Hamburg. Al heeft de jonge parel zijn blessure gevoeligheid als pijnpunt. Hopelijk zal Ariël Jacobs van systeem veranderen (als dat er al was). Polak op de bank (ook al heeft die veel geld gekost), Legaer op rechts en Frutos en Akin in de aanval. Akin is een spits, geen rechtermiddenvelder. Boussoufa is dan een handige wisselmogelijkheid. Met wat vers bloed en de cocktail van vorig jaar, kan Anderlecht weer onder stoom komen.

Het is nu aan jou Ariël. Althans, voorlopig.

20:26 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-10-07

Column Oktober: "Als sportman was hij groot, als mens is hij niet te evenaren"

Hij was zeker niet de beste Belgische voetballer aller tijden, maar allicht wel de mooiste. Le très beau Ludo Coeck liep zoals Franz Beckenbauer, had dezelfde ranke gestalte en hij beschikte over een wondermooie lange pass, een fantastische balcontrole en een elegante techniek. Coeck was succesvol, iedereen hing aan de lippen van de gentleman die erg vlot was in omgang.

Ludo Coeck raakte al op 16-jarige leeftijd in het eerste elftal van Berchem. Daar werd hij al snel weggeplukt door Anderlecht. Twee keer won hij de Europabeker voor Bekerwinnaars, eenmaal de Uefa Cup. In 1983, op het hoogtepunt van zijn loopbaan, versierde Ludo Coeck een transfer naar Inter Milaan. Helaas, in november '83, tijdens een interland in Bern, werd zijn enkel zwaar aangetrapt. Hij moest voor de vijfde keer in zijn carrière onder het mes. In 1985 werd hij aan Ascoli uitgeleend.

Dik twee jaar na zijn droomtransfer liet hij het leven na een ongeval met de wagen. Het regende pijpenstelen, die donkere avond in oktober. Maar de geblesseerde voetballer, revaliderend van een enkeloperatie, zou zijn kinesist bezoeken. Een aanrijding met een vrachtwagen op het natte wegdek herleidde zijn BMW tot schroot. Coeck werd zwaar gewond uit het vehikel gehaald en bezweek twee dagen later aan zijn verwondingen, veertien dagen na zijn 30ste verjaardag. 9 oktober 1985, een zwarte dag in de Belgische voetbalgeschiedenis.

Op zijn graf staat te lezen: "Als sportman was hij groot, als mens is hij niet te evenaren." Op zijn doodskist legde zijn familie de marineblauwe pet waarop Ludo Coeck na elke selectie voor de Rode Duivels een gouden sterretje naaide: 46 in totaal.

Ludo Coeck speelde vier Europese finales met Anderlecht, en won er drie. Hij speelde bijna 300 wedstrijden in de Belgische competitie en 54 in de Europacup. In 1982 had hij de Gouden Schoen moeten winnen. Hij werd tweede achter Eric Gerets, die aanvoerder was op de Mundial in Spanje.

Eén grote troost voor Coeck: hij werd dat jaar door de internationale voetbalpers verkozen in het beste WK-elftal. Dit was het enige échte hoogtepunt in de loopbaan van Ludo Coeck in het Belgische elftal. De EK's van 1980 en 1984 moest hij wegens blessures aan zich voorbij laten gaan, en bij zijn debuut voor de nationale ploeg (in 1974 tegen Ijsland) stelde bondscoach Raymond Goethals hem op als... linksachter. Op 19 juni 1984 speelde hij zijn laatste interland, op het EK in Frankrijk tegen Denemarken, 3-2 nederlaag.

De talentboy scoorde slechts vier keer voor de Duivels, maar twee van zijn doelpunten waren van uitzonderlijke makelij. Zo was er zijn pegel op het WK in 1982 tegen El Salvador. Het jaar daarop deed hij tegen de toenmalige DDR die stunt nog eens over.

Hoogtepunten: Europacup voor Bekerwinnaars 1976 en '78; kampioen van België 1974 en 1981; beker van België 1975 en '76. Clubs: Berchem, Anderlecht, Internazionale en Ascoli.

 

14:25 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-10-07

Column - september 2007 En toch weer Anderlecht!

En dus is het toch weer Anderlecht dat zich als enige Belgische club weet te plaatsen voor de volgende ronde van het  UEFA-cup toernooi. Op die zege in Wenen viel niks aan te merken. Anderlecht kwam in Wenen nooit echt in de problemen tegen een al bij al heel matig Rapid Wenen. Veel reden tot euforie is dat echter niet. Anderlecht sprak voor dit seizoen de duidelijk ambitie uit om de Champions League te halen, investeerde fors in o.a. Jan Polak en wou weer een stap vooruit zetten in het dichten met de Europese kloof. Anderlecht struikelde echter tegen het Turkse Fenerbahce en moest zich nu tevreden stellen met de troostprijs die de UEFA-beker is. Een uitschakeling in Oostenrijk zou de positie van Vercauteren onhoudbaar gemaakt hebben, en hoe sterk men het vertrouwen in de Brusselse coach onlangs ook nog uitsprak, als Anderlecht zich vandaag niet had geplaatst, had zijn kop hoe dan ook gerold. Men is er echter in geslaagd om alle druk voor deze wedstrijd weg te houden door een persstop in te lassen. Toch, zoals reeds gezegd, is er geen enkele reden tot overdreven euforie.
Het loopt immers al heel lang niet meer in het Astridpark. Vorig seizoen werd de titel gepakt op een alles behalve Anderlechtste manier en ook dit seizoen slaagde Vercauteren er nog niet in om zijn elftal als een geoliede machine te laten draaien. De vraag is echter of de problemen zo eenvoudig zijn als ze lijken te zijn. Dat Anderlecht over de kwalitatief sterkste kern van dit land beschikt, zullen maar weinig mensen tegenspreken. Spelers als Biglia, Boussouffa, Polak, Hassan, een herboren Serhat en een fitte Frutos zijn absolute toppers naar Belgische normen. Waarom Anderlecht zo graag drie miljoen op tafel wou leggen voor Jan Polak is vooralsnog een vraagteken, hoewel ik best wel wil geloven dat een Tsjechisch international een meerwaarde is voor de Belgische competitie. Vraag is echter in hoeverre dat deze kern uitgebalanceerd is.  De kern is nog steeds een te grote mengeling van behoorlijke tot goede en matige voetballers. De eerder genoemde spelers hebben kwaliteiten die maar weinig spelers op de Belgische velden hebben. Zij moeten in staat zijn het champagnevoetbal te brengen dat men op Anderlecht zo graag predikt. Spelers als Juhasz en Pareja zijn goede mandekkers, maar uitvoetballend beperkter. De backs Van Damme en Wasylewski zijn voetballend te zwak om het sprankelende vleugelspel te brengen wat ze in het Astridpark willen zien. Wat spelers als Mpenza, De Man of Von Schlebrugge en zelfs Bart Goor nog in het Astridpark lopen te doen. en waarom klasbakken Lamah en Tiote moesten vertrekken (al dan niet uitgeleend) is echter een compleet raadsel. Vercauteren is achter deze ploeg de man die al wel twee landstitels veroverde en die puur resultaatgezien niks te verwijten valt. Vercauteren kan echter wel aangewreven worden om de ziel van Anderlecht verkocht te hebben, al moet hij ook niet met alle zonden overladen worden. Dat Vanden Borre vorig jaar helemaal verkommerde bij Anderlecht, zal zeker en vast voor een deel gelegen hebben aan het rastalent zelf. Maar ook Vercauteren gaat niet vrijuit. Iemand wie in het kopje niet goed zit, speelt geen EK bij de beloften van het niveau dat Vandenborre daar tentoonspreidde. Het is ook niet de fout van Vercauteren dat Anderlecht in het verleden al talenten als Maertens liet vertrekken. Anderzijds is het wel een publiek geheim dat een ander voormalig Anderlecht-talent, Lukasz Zelenka, mentaal zo ongeveer volledig werd gekraakt door de huidige RSCA-hoofdcoach.
Over het al dan niet functioneren van Vercauteren als hoofdcoach en over zijn tactische beslissingen is al meer dan genoeg geschreven en dat proces moet niet opnieuw gemaakt worden. Er mag immers ook met de vinger richting Collin en diens loopjongen manager Van Holsbeeck gewezen worden. Kwalitatief goede voetballers halen is één ding, een goede ploeg uitbouwen is nog wat anders. Het systeem van Vercauteren draait niet omdat hij de spelers er niet voor heeft, en veel spelers zitten al geruime tijd onder hun volledige mogelijkheden omdat ze niet in het systeem passen. Anderlecht beschikt in de huidige kern over Hassan en Boussouffa als spelverdelers: beide spelers komen het beste tot hun recht achter een diepe spits, maar samen kunnen ze niet spelen. Vercauteren probeerde het toch, maar zowel Hassan als Boussouffa rendeerden niet als flankaanvallers. De enige flankaanvaller die Anderlecht op dit moment heeft, is Jonathan Legaer. De jonge Waal krijgt de laatste matchen (eindelijk) zijn kans, maar wederom is Legaer een jong talent dat onder Vercauteren wel heel veel geduld heeft moeten oefenen. Verder in de kern: twee spitsen die als targetman kunnen fungeren (Frutos en Théreau) en twee spelers die als tweede spits kunnen fungeren (Akin en Mpenza). Weer dus geen flankaanvallers, en Anderlecht zette zijn coach op het einde van de transferperiode nog wat meer voor het blok door Tchité te verkopen en niet te vervangen.
De vraag die misschien dus moet gesteld worden is in hoeverre de voetbalvisies van een op en top professionele en veeleisende coach als Frank Vercauteren gelijkloopt met die van een ‘big spender’ manager als Herman Van Holsbeeck, die misschien soms net iets te veel ‘un moment de gloire’ zoekt. Als beide heren erin slagen hun missie en hun doel meer op elkaar af te stemmen, kan Anderlecht in zijn opzet slagen om, zij het dan stap voor stap, de kloof met de Europese (sub)top trachten te dichten. Met de managerskwaliteiten van Herman Van Holsbeeck en de professionaliteit en het voetbalinzicht van Frank Vercauteren valt meer te doen dan wat men er in Anderlecht al enkele jaren mee doet. Het gaat niet op om grote namen te halen en daarbij onvoldoende rekening te houden met de noden van de club en de visie van de coach.

Noël 

 

 

11:07 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-10-07

Column - augustus 2007 Hoe moet het nu verder ?

We zijn nog maar net aan het nieuwe seizoen begonnen en Paars-wit krijgt al een serieuze opdoffer te verwerken. Maar laat ons eerlijk toegeven dat de uitschakeling tegen de Turken zeker geen verassing was. Zowat op alle vlakken was Fenerbahçe een maatje te groot. Het spelersmateriaal, budget, infrastructuur zijn vele malen groter dan deze van RSC Anderlecht. Neen, voor mij was deze uitschakeling geen verassing, al is de wijze waarop frustrerend en onrustwekkend. Zeker als je weet dat dit op één speler na de type kampioenen-ploeg was, die thuis zonder glans met 0-2 de boot in ging.

De fans van Anderlecht hebben deze domper nauwelijks verwerkt of ze worden alweer geconfronteerd met een nieuwe opdoffer door hun topschutter Mémé Tchité te zien vertrekken. Terwijl het onvermogen bij Anderlecht zich vooral in de spits laat zien, door een falende en een bleke Cyril Théréau en een over zijn hoogtepunt zijnde Mpenza. Met Frutos en Akin heeft Anderlecht inderdaad nog iets achter de hand. Maar de blessuregevoeligheid van deze twee is ook al langer gekend. Het hoeft dan ook geen uitleg om te vertellen dat de transfers van RSCA dit seizoen voorlopig zwaar teleurstellen. Triguinho de eerste overgang van dit seizoen is reeds opgegeven door de sportieve staf. Hij was zelfs niet in de kern van 20 tegen Fenerbahçe. Hoe is het mogelijk dat een dergelijke speler de scouts van Anderlecht hebben kunnen overtuigen?

Roland Lamah: De auteur van twee doelpunten in Roda is tien keer sterker op de linkerflank. Vreemd dat hij naar Roda mag voor één seizoen. De tweede transfer was Cyril Théréau: Wie is Cyril Théréau? Of het geheim van Mommens, heeft Sporting zijn spaarpot voor de aanvaller van Steaua gebroken, die eigenlijk nog niets heeft laten zien in het Astridpark of zelfs niet in zijn prille verleden. Een andere Fransman Gregory Pujol laat wel een veel betere indruk na in Frankrijk. Of nog pijnlijker is de knappe prestatie van Dieumerci Mbokani bij Standard. Het doet er niet toe wie wel of niet gelijk heeft in het dossier Mbokani. Maar feit is wel dat RSCA zich een jong ontdekt talent laat afsnoepen door een concurrent. Dit dossier heeft zelfs de vriendschappelijke relaties tussen Standard en Anderlecht ferm bekoeld, getuige hiervan de transfer van Walter Baseggio die ruim één miljoen moest kosten terwijl deze een paar dagen eerder nog gratis weg mocht naar Bergen.

En tenslotte de duurste van allemaal: Jan Polak. Waarvoor heel veel tijd, geld en moeite nodig was om hem te overtuigen om in het Astridpark te tekenen. Ik twijfel helemaal niet aan de kwaliteiten van de Tsjech, maar hoe kan iemand die zolang aarzelt en zelfs onder druk van zijn ex-club tekent in Anderlecht nog met vol vertrouwen spelen. En wat nu gedaan met hun vedette na de uitschakeling in de Champions League ? Kwam Polak, Biglia, en Co. naar Anderlecht voor de Jupiler League? Neen, en hoe zal Frank Vercauteren er in slagen om zijn sterspelers terug op te peppen voor de Europese Tweedeklasser (UEFA-Cup), want een uitschakeling in de eerste ronde zal wellicht een nationale ramp ontketenen, waarbij Vercauteren dan onder zeer zware druk zal komen te staan. Of de bestuurstop Vercauteren dan nog zal beschermen is erg twijfelachtig, gezien de druk van de supporters fel zal toenemen.

Het is overigens van 1980 geleden dat Anderlecht nog sneuvelde in de eerste ronde van de UEFA-Cup. Toch lijkt Vercauteren na twee mislukte Europese campagnes zich ook in zijn derde seizoen geen Europees succes te gaan worden. De troosteloze 2-2 op Lille was voorlopig zijn beste resultaat in Europa.

Noël

14:22 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Column - juli 2007 Schreeuw om chauvinisme

De jeugd is de basis van succes, het goud van de toekomst. Frappant is dat de Belgische clubs in het verleden steeds meer hun jeugdwerking verwaarloosden en de jeugd geen kans meer gaven. Tweederangs buitenlanders belemmerden hen het doorstromen, later pikten zelfs spelers die 3de keus waren in het thuisland hun plaats in de kern in. Het belastingsvoordeel voor buitenlanders gaven deze praktijken een duwtje in de rug. De clubs gingen elke zomer naar Zuid Amerika en Afrika om met talloze "getalenteerde" spelers terug te keren. Dat 80 procent van de spelers het jaar daarop alweer verdwenen was, verontrustte hen niet. De eigen "dure" jeugdproducten werden opzij geschoven en voor dumpingprijzen verkocht zodat deze op een lager niveau aan de slag moesten. Pas toen het met de nationale ploeg steil bergaf ging, en voor het eerst sinds lange tijd zowel het EK als het WK gemist werden, begonnen sommige zich van de situatie te vergewissen. Vele voorzitters lieten zich verleiden tot mooie woorden, maar meestal bleef het daar slechts bij. Met de Rode Duivels ging het van kwaad tot erger.

Met de tijd begonnen een paar clubs toch terug te investeren in de rekrutering van jongelingen, maar kwamen tot de vaststelling dat het probleem niet zonder slag of stoot van de baan was. Jeugdwerking is immers een project dat op lange termijn pas zijn uitwerking kan hebben. Hier en daar wat investeren is niet genoeg, het is iets dat jaren inspanning vergt. Mag continuïteit nu net iets zijn waar vele clubs niet in uitblinken. De cijfers van ontslagen trainers zijn onthutsend en exemplarisch. Een trainer lijkt wel iets weg te hebben van een wegwerpartikel. Fundamenten leggen is zo aartsmoeilijk.

Toch werden na verloop van tijd de resultaten enigszins zichtbaar. De nieuwe lichtingen zijn hoopvol. Sommige mensen lieten zich reeds verleiden tot wishful thinking, maar moeten zich realiseren dat de weg nog lang is. Blijven investeren is één zaak, de jeugd een kans geven een andere. Jongens als Eden Hazard konden hun talent goed ontwikkelen, maar nu wacht de doorbraak.

Toch moeten we nu niet denken dat de zaak beklonken is. We kunnen nog veel leren van onze noorder- en zuiderburen, niet toevallig landen met een groot chauvinisme. Zij staan bekend om hun uitstekende jeugdwerking. Het is niet toevallig dat toptalenten, met name Moussa Dembele, Kevin Mirallas en Eden Hazard, hun opleiding in het buitenland genoten. Op het EK -21 in Nederland, nu een maand geleden, deed de Belgische ploeg het alles behalve slecht. Opvallend was dat zeer veel jongens in Nederland op de loondienst staan. De jongens kregen daar allemaal een kans en konden zich manifesteren tot basisspeler. Dat is in België niet het geval. Steven Defour mag zich nu kapitein noemen van Standard, de hamvraag blijft echter wel of hij vorig jaar bij Genk was doorgebroken zonder de blessuregolf die daar heerste. Hetzelfde verhaal voor Fellaini. Opvallend is wel dat Standard, gekend als de club zonder enige stabiliteit, enkele jongelingen in de kern heeft zitten met veel potentieel, en ze ook de kansen gaf.

De dwaze transferpolitiek heeft ervoor gezorgd dat er nog zeer veel talent zit in de lagere reeksen. Over niveau in tweede mag niet smadend gedaan worden, en de meeste ploegen houden de aantrekkelijke visvijver ook in het oog. François Sterchélé en Fréderic Dupré zijn de verpersoonlijkingen van het aanwezige, Belgische, talent.

De clubs lijken dus eindelijk hun terminologie te hebben bijgeschaafd, maar er is nog veel werk aan de winkel. Scouten bij de buurlanden, kansen geven aan de aanstormende talenten en regelmatig geld investeren in het aanwerven van trainers en het nodige materiaal, het is belangrijk om de nationale ploeg op de kaart te zetten. We moeten weer fier worden op onze nationale trots. Dat de Rode Duivels direct terug resultaten zullen boeken, is evenwel geen sinecure. Met sleutelwoorden als "geduldig", "investeren" en "continuïteit" moeten we bouwen aan de toekomst. South Afrika, he’re we come!

Nico

14:21 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |