21-08-08

Column - Augustus 2008 "De sierlijkste speler van RSC Anderlecht ooit"

 

Ik hou van Oostende: Brussel in het klein. Telkens als ik de rotonde oprij, moet ik aan Laurent Verbiest denken. Hij verloor er op 26-jarige leeftijd zijn begenadigde leven. Auto-ongeluk. Verbiest is, volgens de overlevering, de sierlijkste achterspeler van RSC Anderlecht ooit.

‘Lorenzo’ was het prototype van de Sinibaldi-speler. Technische lefgozer. Volgens Albert Roossens, destijds zijn voorzitter, speelde de Oostendenaar zoals Beckenbauer. Hij zou Alberto Di Stefano ooit zoek gespeeld hebben. Generatiegenoot Richard ‘De Hazewind’ Orlans bevestigt zoveel lof. Orlans vervoegde RSC Anderlecht op de gezegende leeftijd van 31 jaar. De rasechte Gentenaar belandde bij Anderlecht omdat hij jaren voordien een van de beste gastspelers van paars-wit was. In juni 1956 vergezelde hij Sporting als ARA La Gantoise-speler op een 22-daagse voetbaltrip. Paars-wit speelde gastwedstrijden in Helsinki, Lenin­grad, Moskou, Kiev en Boekarest, om via Boedapest en Praag terug te keren. In volle Koude Oorlog. Orlans was in de vorm van zijn leven, maar keerde na de exhibitiewedstrijden braafjes naar de Gentse stal terug. Vijf jaar later zou het wel lukken. En hoe. In een volgepakt Heizelstadion (64.694 toeschouwers) schakelde paars-wit, met Orlans, eerst de Europese grootmacht Real Madrid uit, daarna CDNA Sofia, om na de winterstop uitgeschakeld te worden tegen Dundee United.

Toch zijn de jaren 1960 synoniem voor de bevestiging van de ziel van paars-wit: dwingend, technisch en aanvallend voetbal. Frans voetbal, het voetbal van Pierre Sinibaldi. De Corsicaan, destijds trainer van de Luxemburgse nationale elftallen, werd aanbevolen door Albert Batteux, de coach van Stade Reims en de Franse natio­nale ploeg. Sinibaldi zou zes jaar lang zijn stempel op de club drukken. De methode was eenvoudig: talent zo jong mogelijk aanwerven en polijsten naar de huisstijl door een leger begaafde trainers, meestal ex-internationals. Paul Van Himst is het prototype van de Anderlechtse jeugdschool. Van Himst bood zichzelf aan, anderen werden tot ver buiten Brussel opgespoord. Onder hen de Oostendenaars Wilfried Puis en Laurent Verbiest, zonen van de zee.

De Gentenaar Orlans was de trotse bezitter van een eigen wagen, een antracietkleurige Mercedes 180. Roossens had die voor een goed prijsje kunnen regelen. Hoewel de Anderlechtspelers destijds al goed betaald werden vergeleken met andere eersteklasseclubs, kregen Puis en Verbiest een eersteklasse treinabonnement. De gewiekste straatjongens kochten een tweedeklasse abonnement, staken het verschil op zak, spoorden naar Gent en reden met Orlans naar Brussel. Na enkele maanden vroeg Orlans het duo een bijdrage te leveren aan de benzinekosten. Puis betaalde onmiddellijk. Verbiest deed alsof zijn neus bloedde. Orlans herhaalde zijn vraag nog een keer met de dreiging dat Verbiest in zijn eentje thuis moest zien te geraken. Zo gezegd, zo gedaan. Na de training reed Orlans zonder omkijken weg, met de bedremmelde Puis naast hem. Verbiest trok zich er niets van aan en nam de trein naar Oostende, zonder couponnetje. Hij werd gepakt.

Richard Orlans moet er nog steeds om glimlachen. “Verbiest was wereldklasse. Een brutaaltje,” vertrouwt hij me toe. “Een lieve jongen, misschien een van de beste met wie ik ooit gespeeld heb. Toen ik vernam dat hij verongelukt was, was ik er kapot van. Zo jong. Wat een carrière zou hij niet gehad hebben?”
Vincent Kompany zou nog het meest op Verbiest lijken. Jammer dat hij op 2 februari 1966 de trein niet nam.

 

16:19 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Column - Juli 2007 "De kwijlende vrouwen van Anderlecht "

 

 “Ik voetbalde voor het mooie shirt van Anderlecht. Het prachtige mauve. En voor mijnheer Constant Vanden Stock en mijnheer Steppé. Nooit voor het geld, en dat wil wat zeggen: ik ben Nederlander. Het allermooiste aan Royal Sporting Club Anderlecht waren de vrouwen langs de lijn. De kwijlende vrouwen van Anderlecht wilden altijd met die snelle midvoor naar bed.”

De woorden van Jan Mulder op de groots opgezette viering ter gelegenheid van het eeuwfeest van Sporting beroeren een duizendtal genodigden. Robbie Rensenbrink en Paul Van Himst zijn er ook. Net als Marc Degryse, Patrick Vervoort en Jef Jurion. Iconen van een volk van verschillende generaties. De stijlvolle show en het onvergetelijke maal, klaargemaakt door de grootmeester Pierre Wynants, vervullen het gezelschap met intens genoegen. De vips zijn talrijk. Van Goedele Liekens over Gui Polspoel tot de volledige cast van FC De Kam­pioenen. Feesten is toegelaten. Volkse chic hoort bij RSC Anderlecht. Ik beland in een polonaise tussen minister Guy Vanhengel en voormalig politiek zwaargewicht Jos Chabert. Eric Thomas blijft zitten. Consensus is een Brusselse deugd. Enkele dagen later bereiken de U11 van RSC Anderlecht, de jongetjes van 1997, de halve finale van het prestigieuze Torneo del Futuro in Amsterdam. De leeftijdgenootjes van Inter Milaan, Bayern München, Bayer Leverkusen worden fluweelzacht opzijgezet met een nagenoeg perfecte balans tussen inzet en techniek. Tegen Ajax wordt de achterstand krachtig goedgemaakt. Hoofd Opleidingen Jean Kindermans staat discreet langs de lijn. Helemaal naar Amsterdam afgezakt om de prille Brusselse hoop te aanschouwen.
Ik mag, samen met idool Henk Spaan, het beste spelertje van het toernooi kiezen. Hij beslist. Artiesten als Spaan bepalen grotendeels mijn liefde voor voetbal. Ze beheersen de edele kunst van de hertaling van de beleving. Briljante teksten in het literaire voetbaltijdschrift Hard gras, de tv-programma’s Pisa, Verona, Nieuwe koeien en Studio Spaan worden
gekoesterd. Spaan is slim, lief, keurig, volmaakt voetbaldeskun­dig en zeer taalvaardig. Verwondering en bewondering beheersen de dag.

We vallen gelukkig voor dezelfde spelertjes. Kleine, bepalende kwikzilveren kunstenaartjes met lef. De 7 van Leverkusen met de welklinkende Italiaanse naam. Het mini-Boussoufaatje van Ajax. De spelmaker van Internazionale dichten we liefdevol een grote toekomst toe.
Spaan is helemaal gek van de 11 van paars-wit. Een speelse linksbuiten met Braziliaanse roots. De term (en de positie) ‘linksbuiten’ is waarschijnlijk door een Nederlander uitgevonden: Robbie Rensenbrink, Coen Moulijn, Rob Witschge en Arjen Robben.
De dag nadien spoed ik me met gezin en vrienden naar Brussel voor de bekerfinale. De geluidsinstallatie laat het afweten, het volkslied gaat half de mist in, Olufade verschijnt op het scorebord met een halve -e-. De ‘Heysel’ is nooit het Koning Boudewijnstadion geworden. Het is krom en zal het blijven, de vervelende atletiekpiste wordt gelukkig weggezongen door Buffalo’s en Sporting Boys and Girls. Het hakje van Boussoufa en de balbeheersing van Fadiga maken de middag onvergetelijk.

Het prachtige mauve van RSCA kleurt de straten, van de kwijlende vrouwen is geen spoor. De snelle midvoor is al naar huis.

16:10 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Column - Juni 2008 "Waar waren de ouders"

 

 Mohamed Ouahbi is de bezielende trainer en begeleider van de U11, de min-elfjarigen van RSC Anderlecht. Mohamed is onderwijzer, pedagogie is zijn leven. De spelertjes komen van overal: Kuregem, Lokeren, Brazilië, Antwerpen, Sint-Pieters-Leeuw en Molenbeek. Alle rangen en standen zijn vertegenwoordigd. Zijn schoolkinderen leven in achtergestelde wijken. Ouah­bi staat elk kind met raad en daad bij, maar duidelijkheid en rechtlijnigheid primeren. De kinderen zijn dol op hem.

Jérôme Nzolo kwam twaalf jaar geleden aan in ons land. Hij studeerde hier af aan de universiteit en maakte in korte tijd carrière in het scheidsrechtergild. Nzolo is een gewaardeerde opvoeder van moeilijke jongeren in de hoofdstad. Hij vocht tegen alle raciale vooroordelen: de eerste kleurling die de elite bereikte. Nzolo is vorige maand voor de tweede maal op rij uitgeroepen tot scheidsrechter van het jaar.

Marouane Fellaini is een Brusselaar van Marokkaanse oorsprong en voelt zich Belg. Kampioen met Standard Luik. Marouane had in Brussel een ander pad kunnen volgen. Vader hield hem kort en onderwierp hem aan een haast spartaanse opvoeding. Marouane Fellaini wordt een hele grote, de Belgische voetbalhoop in bange dagen.

Vincent Kompany: opgegroeid aan het Noordstation. Doorzettingsvermogen, intelligentie en goede ouders stuwen hem naar de top. Kompany zal waarschijnlijk voor Arsenal, de top in Europa, spelen.

Dilmurat en Mourad kwamen nog geen vijf jaar geleden in België aan. De ene uit Kirgizië, de andere uit Kazakstan. Zonder geld of vooruitzichten. Economische vluchtelingen. Ze spraken en begrepen geen woord Nederlands of Frans. Vandaag hebben ze allebei werk, ze oefenen een knelpuntberoep uit, en de kinderen gaan plichtsbewust naar een Nederlandstalige school. Het duo kan zich inmiddels in beide landstalen uitdrukken. Mede dankzij het voetbal: ze spelen bij de veteranen van Ritterklub. Hun taalkennis is niet perfect, maar voldoende om een sociaal leven uit te bouwen, persoonlijk en familiaal geluk na te streven en hun nageslacht een degelijke toekomst te bieden. Mourad en Dimurat volgen de regels van het spel. Ze doen hun best, de autochtonen doen de rest.

Als geboren en getogen Brusselaar laaf ik me aan de verscheidenheid van de hoofdstad. Ik onderga ze ook. Zoals zovelen. Gratuit bekraste auto’s, inbraken, vandalisme en pesterijen van hangjongeren en -kinderen maken velen het leven zuur. Ouahbi, Fellaini, Kompany, Nzolo, Dilmurat en Mourad hebben het niet makkelijk gehad. Sport, opvoeding en hun sterke persoonlijkheden hebben de weg gewezen. Ze vertegenwoordigen een meerderheid.

De rellen in Anderlecht hebben niets met voetbal te maken, of met ‘geviseerde allochtonen’. Die bestaan niet meer. Het zijn Belgische delinquenten zonder referentie­kader. De rellen komen na een banale wraakactie van het zoveelste straatincident, ingezet door twee kinderen van tien en elf. De overheid, de sport- en de culturele wereld scheppen genoeg voorwaarden om hen uit de miserie te helpen. Zoals volksvertegenwoordiger en ervaringsdeskundige Fouad Ahidar zich afvroeg net na de ongeregeldheden: “Waar waren de ouders?” Ahidar heeft gelijk.

16:05 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Column - Mei 2008 " Luis" Zoon van het Café

 

 Michou (61) is de uitbaatster van café La Coupe en voorzitster van de gelijknamige supportersclub. Ze ging al naar RSC Anderlecht toen ze amper kon lopen, en nog altijd is ze er elke wedstrijd bij. Volgend jaar viert La Coupe haar 25ste verjaardag onder Michou. “Hopelijk zit de club dan nog hier. Ik word bijna depressief van al die verhuisgeruchten.”

‘Mijn familie is al vier generaties lang supporter van RSCA,” vertelt Michou. “Bij mijn geboorte zijn mijn ouders uit elkaar gegaan en heeft mijn grootmoeder mij opgevoed. Toen ik twee jaar oud was, is mijn vader me komen halen om me verder op te voeden. Hij nam mij elke week mee naar Anderlecht. Het was liefde op het eerste gezicht.”

Michou ging naar elke wedstrijd van Anderlecht. Maar toen ze trouwde en een kind kreeg, sloeg ze regelmatig een wedstrijd over. Ze had met haar man een restaurant in Ukkel, en dat was moeilijk te combineren met het voetbal. Maar na haar echtscheiding was Michou weer op elke wedstrijd van RSCA aanwezig. Ze besloot een café te zoeken in de buurt van het stadion, en vond na lang zoeken La Coupe. Het café was meteen een succes en viert volgend jaar zijn vijfentwintigste verjaardag onder Michou.

‘Op Anderlecht’ kent Michou bijna iedereen. Vroeger kwamen de spelers af en toe over de vloer om iets te drinken, maar dat mag, denkt ze, niet meer van de club. “Mémé Tchité kwam wel nog regelmatig over de vloer. Hij is een heel toffe jongen en had altijd tijd voor iedereen. Ik krijg af en toe nog wel ex-spelers over de vloer. Gille Van Binst, Scifo en Lozano springen weleens binnen als ze naar een wedstrijd komen kijken. Maar van de huidige kern kennen alleen de anciens mij nog.”

Zoon van het café
In de jaren 1980 streek de toen zestienjarige Braziliaan Luis Oliveira neer in Anderlecht. Hij had veel talent, maar wou niet in België blijven. Hij kon zich niet aanpassen aan het klimaat, het eten, het leven. Oliveira wou terug naar Brazilië, maar Michou stak daar een stokje voor. “Ik had hem zien spelen bij de beloften, en vond hem een pareltje. Ik heb dan eens met Oliveira en een Portugese werknemer van mij samengezeten, en heb hem overtuigd om te blijven. Oliveira is bij mij komen wonen, boven het café, en is hier drie jaar gebleven. Hij was de zoon van het café. Spijtig genoeg hoor ik nu niks meer van hem. Dat doet wel pijn.”

Michou is ook voorzitster van de supportersclub La Coupe. Ze maken al de verplaatsingen van RSCA mee, zowel in België als in Europa. “De laatste jaren is er een ticketprobleem. Toen ik La Coupe overnam, waren er hier een vijftal supportersclubs, nu ongeveer tachtig. Dat heeft als gevolg dat we minder toegangskaarten voor wedstrijden krijgen. Ik help ook mensen van de supportersclub die geen abonnement hebben, aan kaartjes te geraken. Dat wordt ook steeds moeilijker.”

Door de jaren heeft Michou heel wat mooie momenten meegemaakt. Overwinningen, verplaatsingen, ontmoetingen en soms zelfs ont­slagen trainers. “Onze kampioenstitels en Europese bekers zijn natuurlijk het mooist. De Europese verplaatsingen zijn altijd speciaal. Zo zijn we in 1992 naar Kiev gegaan met een minibus. 36 uur om er te geraken, naar Oekraïne, dat toen nog in de Sovjet-Unie lag. We werden aan de grenzen gecontroleerd, soldaten stonden langs de weg met geweren; het was een echte expeditie. Toen we aan het stadion kwamen, maakten de supporters van Kiev een erehaag voor ons omdat ze wisten wat we hadden meegemaakt. Ik ben ook nog naar allerhande verre stadjes in Polen, Zweden en veel andere landen geweest. Allemaal leuke herinneringen.”

Als Anderlecht Europese wedstrijden speelt, dan komen af en toe buitenlandse journalisten over de vloer. “RSCA stuurt ze dan naar mij. Het is al gebeurd dat ik in kranten of magazines sta zonder dat ik het zelf weet. Bijvoorbeeld toen we tegen Panathinaikos (uit Athene, red.) speelden. Toen ik daar aankwam, zag ik mijn foto ineens in de krant staan.”

Het café ligt recht tegenover de ingang van het stadion. Toen het hooliganisme in de jaren 1980 en 1990 hoogtij vierde, was Michou er getuige van. “Hooligans vochten hier in de straat, maar daar heeft het café geen last van gehad. Een twintigtal jaar geleden hebben Brugse supporters mijn ruiten ingegooid en Standard-supporters hebben dat ook eens geprobeerd. Maar al met al valt het wel mee, in 24 jaar tijd.”


Michou is een grote supporter van de Rode Duivels. Ze reisde onder andere naar het WK in Mexico in 1986, de Verenigde Staten in 1994 en Japan in 2002. Vooral de verre reizen wil ze meemaken, omdat ze naast het voetbal graag landen bezoekt. “Ik ben nu al aan het sparen voor het WK in Zuid-Afrika in 2010. Zelfs al doet België dan niet mee, ik ga. Ik supporter ook voor Spanje en Brazilië. Tijdens de laatste campagne ben ik naar de wedstrijden in het Koning Boudewijnstadion gaan kijken, maar reizen naar bijvoorbeeld Kazachstan zag ik niet zitten.”

Voetbal is het belangrijkste in het leven van Michou. In het verleden is ze zelfs nog coach geweest van een minivoetbalploeg, waarmee ze van derde naar eerste provinciale promoveerde. “Er was een jaar dat wij kampioen

15:58 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-04-08

Column - april 2008 Constant Vanden Stock

Constant Vanden Stock, de oud-voorzitter van RSC Anderlecht die vorige week overleed, was behalve een getalenteerd voetballer ook de beste clubvoorzitter allertijden. Een bloemlezing.

Als speler maakt Constant Vanden Stock deel uit van de kampioenenploeg van 1935. Hij is een getalenteerde linksachter. Nooit zal Anderlecht nog zakken naar de tweede klasse. Na een zware blessure laat paars-wit hem drie jaar later vertrekken naar Union St-Gilloise. Constant Vanden Stock is dan eenentwintig. In 1943 stopt hij met voetballen om voltijds bierbrouwer te worden. De brouwerij noemt hij naar de plek waar hij opgroeide: Café Belle-Vue, de zaak van zijn ouders.

Even later slaat het noodlot toe. Vader sterft in een Duits concentratiekamp. Philemon Vanden Stock werd met het allerlaatste transport naar Duistland gedeporteerd omdat hij het verzet had geholpen. Vanden Stock Junior snelt naar het Noord-station om de Duitsers te vermurwen hem vrij te laten. Hij biedt de Duitsers 200.000 franken (5000 euro) aan. Het mag niet baten.
Nooit zal er een Duister voor Anderlecht voetballen. Een uitzondering: trainer Herbert Neumann in 1995. De teutoon houdt het nog geen zes weken vol in Brussel.

De brouwerij wordt onder zijn kundige leiding een onwaarschijnlijk succes. In 1991, één jaar na de laatste Europacupfinale van RSC Anderlecht – verloren van het Sampdoria Genua van Gianluca Vialli en Roberto Mancini – verkoopt hij de brouwerij.

Constant Vanden Stock blijft wel nauw bij het voetbal betrokken. Een leven lang. Tien jaar lang is hij selectieheer van de nationale ploeg (68 interlands, van 1958 tot 1968). In 1951 was hij al voorzitter van Vorst. Eén jaar later verhuist hij voor vijftien jaar terug naar Sporting, als jeugdcoordinator. In die periode ontdekt Vanden Stock Paul Van Himst, het eeuwig boegbeeld van de Sporting Club Anderlecht.

In 1968 wordt hij heel even technisch directeur van Club Brugge. Daar vlucht hij nog geen jaar later. De Bruggelingen kunnen zoveel ambitie niet aan. Vanden Stock wil Wilfried Van Moer kopen voor 4,5 miljoen Belgische frank (112.500 euro). De helft wil hij uit eigen zak betalen maar het Brugs Bestuur weigert. Gezonde Brugse koopmansgeest? Het is ooit anders geweest.
In 1969 keert hij voorgoed terug naar de hoofdstad.

In 1971 wordt Constant Vanden Stock Voorzitter van de RSC Anderlecht. Zijn palmares is onwaarschijnlijk. Tien maal landskampioen, zes Europabekerfinales, waarvan drie gewonnen, zeven Belgische bekers en twee Europese supercups. Geen enkele Belgische club zal ooit het palmares van RSC Anderlecht evenaren. Dankzij Mijnheer Constant.

Hij schenkt de voetballiefhebbers (onder meer) Robbie Rensenbrink, Morten Olsen, Benny Nielsen, Franky Vercauteren, Hugo Broos, François Van der Elst, Juan Lozano, Ludo Coeck, Enzo Scifo, Jan Mulder, Per Friman, Luis Oliveira, Luc Nilis, Marc Degryse, Jean Thissen en Milan Jankovic.

Soms wordt de bal ongewild mis geslagen. De Paraguayaan Enrique Villalba bijvoorbeeld. Dat van die “lening” zijn we ook vergeten. Over de doden niets dan goeds.

Constant Vanden Stock houdt bovenal van zijn spelers. Hij waakt als  een vader over hen. “Mille, gôôt nekie zèèn wat dei twie do doon.Het schaint da’se do veul whisky drinke”, sommeert Voorzitter Vanden Stock. Emile Servranckx, vertrouweling en beheerder van de club, haast zich naar Wilrijk. In het Cederhof treft hij het gouden duo Juan Lozano en Ludo Coeck aan. Ze kaarten en lijken cola te drinken. Emile bestelt er ook eentje en verwisselt de glazen. Opgelucht stelt hij vast dat ze echt wel cola drinken. In Brussel aangekomen brengt hij verslag uit. “Dei journaliste, ge moot dei allemoe nie geluuve”, mompelt Vanden Stock.

Het Belgisch voetbal heeft het allereerste televisiecontract aan hem te danken. Betaalzender Filmnet wil, tegen betaling, één wedstrijd per week exclusief uitzenden. Het verzet bij de profclubs is immens. De meesten vrezen immers geen volk meer over de vloer te krijgen als ze op tv komen. De visionair stelt voor één wedstrijd op vrijdagavond toe te kennen. Een wijze beslissing. Vandaag brengt het Belgisch voetbalcontract 36 miljoen euro per jaar op.

Voordat het Heizeldrama (1985) uitbreekt, heeft hij een nieuw stadion gebouwd om meer comfort aan de stadionbezoeker te bieden. Ook de exploitatie van businessseats en loges brengt veel op. 
Vanden Stock sterft tijdens het weekend dat FC Brussels definitief uit de eerste klasse degradeert en dat RSCA weggespeeld wordt bij de Luikse erfvijand. Het kan geen toeval zijn.
Wij missen hem nu al. Merci Constant.

11:24 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-03-08

Column Maart 2008 "De woede van Sporting"

RSC Anderlecht is boos. Terecht. Manager Herman Van Holsbeeck dreigt Brussel te verlaten als er niet snel een nieuw stadion komt. Het heeft lang genoeg geduurd. Het genie, de visie en de daadkracht van de familie Vanden Stock en haar voorgangers bouwden de club uit tot ongeëvenaarde hoogten. Niemand deed in dit land ooit beter. Anderlecht zet de toon sinds de Tweede Wereldoorlog. Paars-wit is, samen met bijvoorbeeld Real Madrid en Stade Reims, een van de grondleggers van de Europa Cup. Anderlecht is de eerste Belgische club met een professionele medische afdeling. De legendarische trainer Bill Gormlie stichtte de Heizelschool, waar de toptrainers van morgen opgeleid worden.

Het Belgisch voetbal heeft de eerste bescheiden televisie-inkomsten te danken aan Constant Vanden Stock. Toen FilmNet de Belgische markt wou veroveren, klopte de betaalzender aan bij de profclubs met de vraag of hij geen wekelijkse wedstrijd live en exclusief mocht uitzenden. Het verzet is gigantisch. Tot Vanden Stock zich ermee moeit. Waarom niet eigenlijk? Eén wedstrijd per week, op vrijdagavond. De meerderheid der profclubvoorzitters is overtuigd dat livetelevisie de stadionbezoeker thuis zal houden. Maar de overredingskracht van visionair Van­den Stock en de betaaltelevisiecen­ten overtuigen de conservatievelin­gen na ellenlange onderhandelin­gs­sessies.

Met de jaren wordt de tv-cheque vetter. Ook op vlak van stadion­infrastructuur en moderne exploitatievormen is Sporting Anderlecht een trendsetter. Wedstrijden tegen New York Cosmos en Aston Villa, aan het begin van de succesvolle jaren 1980, inspireren voormalig clubmanager Michel Verschueren tot de gedurfde bouw van het eerste Belgische stadion met business seats

en loges. Zonder subsidies. Een unicum. Anderlecht wordt prompt tot in provinciale gekopieerd. Eddy Wauters, de eigenzinnige voorzitter van het aan lager wal geraakte Royal Antwerp FC, offerde zelfs een volledige tribune op aan business seats. Die brengen meer op dan de gewone supporters.

Ondanks gewestelijke politieke consensus doen de ingewikkelde staatsstructuren de ambitieuze voetbalclub de das om. Een gemeentelijk burgervadertje is bij machte de tijdelijke uitbreiding van een profclub tegen te houden. De Stad Brussel, verzand in pijnlijk immobilisme en verlammende kortzichtigheid, verzet zich tegen een ingrijpende modernisering van het Koning Boudewijnstadion, waar we niet alleen Anderlecht in kunnen laten voetballen, maar ook Champions League-finales kunnen organiseren. Brussel, wereldstad? Mijn oren. Anderlecht, vaandeldrager van het Belgische en Brusselse voetbal, verdient beter.

Het politieke en industriële establishment bevolkt de eretribune en de salons van de club. In 2009 is het te laat. Dan is het Vanden Stockstadion te klein voor internationaal voetbal. Eregasten van de eretribune, denk aan al die mooie avonden, de heerlijke maaltijden, de nationale en internationale uitstraling die Anderlecht stad, streek en land en uzelf al een eeuw oplevert. Sta op, vergeet de regeltjes, en handel. Binnenkort beginnen ze in Brugge en Luik te bouwen.

11:40 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Column februari 2008 "De Leeuw moet naar Brussel komen"

Tweede ronde Uefa Cup, seizoen ’83-’84. RSC Anderlecht moet naar de mijnstad Ostrava, de derde grootste stad in het toenmalige Tsjechoslowakije. Een stad met een grote sportgeschiedenis. Tenniskampioen Ivan Lendl en Milan-speler Marek Jankulovski zijn in de grauwe industriestad geboren. Tomás Repka, Milan Baroš en Tomás Galásek hebben er voor hun grote internationale doorbraak gevoetbald. FC Baník Ostrava is een vaste waarde van de Tsjechische competitie. Vier keer kampioen, vijf nationale bekers en een halve finale in de Europabekers voor Bekerwinnaars in 1978.

De Europabeker-traditie wil dat de ontvangende club een galadiner organiseert. Constant Vanden Stock en het voltallige Anderlecht-gevolg worden hartelijk ontvangen in een select restaurant. Na de gebruikelijke plichtplegingen nemen de delegaties plaats aan de grote tafel. Voorzitter Vanden Stock zit naast zijn Tsjechische evenknie. Een gezellig, maar wel erg warm open haardvuur verwarmt de ruimte. De voorzitter van Baník is kwistig met sterke drank. Hij schenkt voortdurend bij. Constant Vanden Stock begrijpt al snel dat hij uitgedaagd wordt. De baas van Baník wil de voorzitter onder tafel drinken. Vanden Stock ondergaat waardig het onuitgesproken duel. De haard brandt hevig in hun rug.

Na een paar uur slaat het noodlot toe. De Tsjech wankelt, hij slaat groen uit en is misselijk. De gezellige avond wordt abrupt afgesloten. Bij het buitengaan kan Vanden Stock een glimlach niet onderdrukken. Tegen een van de paars-witte getrouwen zegt hij: “’k Èm em goe vastgehad, daan Pei.” De Tsjech hebben ze niet meer gezien.

In dezelfde periode breekt de affaire-Bellemans uit. Standard blijkt er een dubbele boekhouding op na te houden. Een deel van het ‘zwart’ geld wordt gebruikt om Waterschei een ‘aanmoedigingspremie’ te betalen. Omkoping. De veroordelingen volgen. Eric Ge­rets, inmiddels bij AC milan, wordt in België geschorst en in één moeite door ontslagen bij de rossoneri, de rood-zwarten. Vanden Stock vangt een angstwekkend gerucht op. Eric Gerets zou met Club Brugge ‘praten’. “Dat kan niet zijn,” denkt Vanden Stock; “de Leeuw moet naar Brussel komen.”

Hij stuurt, in het grootste geheim, een trouwe gezant naar Milaan om met Gerets te praten. Gerets heeft, tegen alle afspraken in, de Nederlandse zaakwaarnemer Ger Lagendijk uitgenodigd. De Brusselse verkenner schrikt zich een hoedje. Lagendijk moet de kamer onmiddellijk verlaten. Gerets en Anderlecht zijn er snel uit. Hij wil komen, de salarisvoorwaarden zijn zelfs niet overdreven.

Thuisgekomen brengt de trouwe dienaar verslag uit bij de voorzitter. De President twijfelt. De weken gaan voorbij, Eric Gerets belt regelmatig. Hij popelt. Inmiddels neemt de affaire grote proporties aan in België. Eric Gerets kiest uiteindelijk voor de bescheiden Nederlandse club Maastricht VV. De gezant vraagt aan Constant Vanden Stock of hij nog een efforke moet doen voor Gerets. “Lot mo, aa goet nie no Brugge.” Constant Vanden Stock is een man uit één stuk.

11:38 Gepost door No in Column - RSCAfancom | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |